Windturbines

Landschapstype

Onderstaande figuur geeft op basis van het landschapstype de geschiktheid van windenergie in het landschap weer. In open en gesloten urbane landschappen is het niet wenselijk om windturbines te plaatsen aangezien deze voor veel overlast kunnen zorgen voor de omwonenden (geluid, slagschaduw…). In boslandschappen is het vanzelfsprekend dat het niet mogelijk is om windmolens te plaatsen.

Windenergie in het landschap

Windenergie in het landschap

Op basis van de landschapstypologieën wordt ongeveer de helft van het studiegebied ongeschikt verklaard voor windenergie. Er moet echter met nog een aantal factoren rekening gehouden worden om potentiële zones voor windenergie aan te duiden.

Landschappelijk erfgoed

Als eerste is er het landschappelijk erfgoed dat in de regio aanwezig is. Figuur 44 geeft de punt- en lijnrelicten, de relictzones en de ankerplaatsen in het studiegebied weer. Relicten zijn elementen in het landschap waardoor de historisch gegroeide landschapsstructuur herkenbaar blijft tot op vandaag.

Relictzones duiden op een hoge concentratie aan relicten. Ankerplaatsen hebben een hogere landschappelijk waarde dan relictzones. Ze vormen een geheel of ensemble van verschillende elementen die de identiteit van het landschap bepalen.

Landschappelijk erfgoed in het studiegebied

Landschappelijk erfgoed in het studiegebied

Fauna en flora

Een volgende element dat van belang is bij de inplanting van windmolens is de bescherming van de fauna en flora. Op Europees en Vlaams niveau werden hier in het verleden al beschermde zones afgebakend. Zonder diep in te gaan op de precieze regelgeving worden hier de belangrijkste afgebakende gebieden opgesomd:

  • Habitatrichtlijngebieden
  • Vogelrichtlijngebieden
  • Erkende Vlaamse Natuurreservaten
  • VEN-gebieden

Onderstaande figuur geeft een overzicht van de vogel- en habitatrichtlijngebieden in het studiegebied.

Vogel- en habitatrichtlijngebieden in het studiegebied

Vogel- en habitatrichtlijngebieden in het studiegebied

Onderstaande figuur geeft de VEN-gebieden en de erkende Vlaamse natuurreservaten weer.

VEN-gebieden en erkende Vlaamse natuurreservaten in het studiegebied

VEN-gebieden en erkende Vlaamse natuurreservaten in het studiegebied

Voornamelijk de zone rondom de Schelde is een groot natuurgebied. Het plaatsen van windmolens in dit gebied zou een negatieve invloed hebben op de landschappelijke waarde van het gebied en kan de biodiversiteit verstoren. Deze gebieden moeten dus gevrijwaard blijven van windturbines.

Bestaande constructies

Als laatste moet bij de inplanting van windmolens rekening gehouden worden met bestaande constructies en infrastructuur. Rondom gebouwen, wegen… moet er om veiligheidsredenen een buffer voorzien worden.

Er bestaat geen exacte maat wat betreft de minimumafstand tussen windturbines en andere constructies. In de ‘toelichtingsnota nieuwe milieuvoorwaarden voor windturbines’ (Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, 2011) worden verschillende voorwaarden opgelegd bij de inplanting van nieuwe windturbines. Deze voorwaarden hebben betrekking tot geluid, slagschaduw en veiligheid, en moeten bij elk project afzonderlijk onderzocht worden. Voor deze toelichtingsnota gold een minimumafstand van 250 m tussen woningen en windturbines.

Voor deze conceptuele oefening zal wel gewerkt worden met een vooraf bepaalde afstand als buffer. Op deze manier kan een ruwe inschatting gemaakt worden van de zones die niet geschikt zijn als inplantingslocatie voor een windmolen doordat deze zich te dicht bij een bestaande constructie bevinden. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bufferafstand die zal gebruikt worden bij de opmaak van de kaarten. Deze waarden zijn onder meer gebaseerd op cijfermateriaal uit een studie van Elia: ‘onthaalcapaciteit decentrale productie in Vlaanderen’ (Elia, 2012).

Bufferafstand t.o.v. constructies en waterlopen

Bufferafstand t.o.v. constructies en waterlopen

Onderstaande figuur geeft de bufferafstand van de gebouwen weer. De rode gebieden zijn uitgesloten als potentiële locatie voor windturbines omdat deze te dicht gelegen zijn bij residentiële gebouwen. De buffer is bij woningen groter omdat de hinder van windturbines groter is voor bewoners dan voor anderen. De paarse zones sluiten windmolens uit omdat deze te dicht bij andere gebouwen gelegen zijn.

Buffers gebouwen in het studiegebied (indeling volgens locatie: binnen of buiten woongebied (WG))

Buffers gebouwen in het studiegebied (indeling volgens locatie: binnen of buiten woongebied (WG))

Onderstaande figuur geeft de bufferafstand van andere constructies en waterlopen weer.

Buffers constructies en waterlopen in het studiegebied (met uitzondering van gebouwen)

Buffers constructies en waterlopen in het studiegebied (met uitzondering van gebouwen)

Potentiële inplantingslocaties voor windturbines

De combinatie van de verschillende buffers, natuurgebieden en gebieden met cultuurhistorische waarde resulteert in een kaart die de potentiële inplantingslocaties voor windmolens aanduidt (zie onderstaande figuur). Hier moet wel opgemerkt worden dat deze locaties bepaald zijn door een eerste onderzoek op het gebied. Het is mogelijk dat door lokale factoren een bepaalde locatie toch niet geschikt blijkt voor windturbines.

Potentiële inplantingslocaties voor windturbines in het studiegebied

Potentiële inplantingslocaties voor windturbines in het studiegebied

Terug                    Verder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Translate »