Elektriciteitsverbruik

Als eerste zal een inschatting gemaakt worden van het elektriciteitsverbruik in de regio. Hier zal een indeling gemaakt worden naar volgende sectoren: industrie, tertiaire sector, huishoudens en landbouw. Onderstaande figuur geeft het totale jaarlijkse energieverbruik voor deze sectoren weer in Vlaanderen.

Totale energieverbruik per sector per jaar in Vlaanderen (VITO, 2014)

Totale energieverbruik per sector per jaar in Vlaanderen (VITO, 2014)

Op basis van voorgaand kaartmateriaal en de verwerking met GIS-software werd de bebouwde oppervlakte voor de verschillende sectoren bepaald (zie onderstaande tabel).

Bebouwde oppervlakte van de verschillende sectoren (Vlaanderen t.o.v. het studiegebied)

Bebouwde oppervlakte van de verschillende sectoren (Vlaanderen t.o.v. het studiegebied)

Vervolgens werd een inschatting van het jaarlijks elektriciteitsverbruik gemaakt op basis van de verhouding van de bebouwde oppervlakte (zie onderstaande tabel). Merk op dat het elektriciteitsverbruik in de landbouwsector negatief is. Dit komt doordat bij de glastuinbouw veelal gebruik wordt gemaakt van warmtekrachtkoppeling (WKK) voor aandrijven het van de installaties. Bij een WKK wordt gas verbrand en ontstaat er als eindproduct warmte en elektriciteit. Wanneer deze elektriciteit niet volledig verbruikt wordt door het landbouwbedrijf zelf, dan wordt deze op het net gezet wat resulteert in een negatief verbruik. Voor de hele landbouwsector wordt dus meer elektriciteit op het net gezet dan dat er afgehaald wordt.

Jaarlijks elektriciteitsverbruik van de verschillende sectoren (Vlaanderen t.o.v. het studiegebied)

Jaarlijks elektriciteitsverbruik van de verschillende sectoren (Vlaanderen t.o.v. het studiegebied)

Bovenstaande waarden geven het elektriciteitsverbruik op jaarbasis weer. Het verbruik van elektriciteit verloopt echter niet gelijkmatig gedurende een jaar en kan van seizoen tot seizoen sterk verschillen. Ook tijdens de periode van één week treden grote verschillen op tussen weekdagen en het weekend. Zelfs gedurende een dag worden grote verschillen gemeten in het verbruik.

De VREG stelt synthetische lastprofielen (SLP) ter beschikking die een inschatting maken van het verbruiksprofiel van elektriciteitsverbruikers (VREG, 2014). Deze SLP’s maken het onderscheid tussen residentiële en niet-residentiële verbruikers.

De niet-residentiële verbruikers worden vervolgens onderverdeeld in verbruikers op middenspanning en verbruikers op laagspanning. Voor deze conceptuele oefening zal de industriesector het SLP van de niet-residentiële verbruikers op middenspanning toegewezen krijgen. De tertiaire sector en de landbouwsector zullen het SLP van de niet-residentiële verbruikers op laagspanning toegewezen krijgen.

Voor de residentiële verbruikers wordt het onderscheid gemaakt tussen verbruikers met één enkele meter en verbruikers met twee meters (voor dag- en nachttarief). Het prijsverschil voor elektriciteit tussen dag en nacht is ontstaan door de lage elektriciteitsconsumptie tijdens de daluren en de hoge consumptie overdag. Aangezien verder in dit onderzoek zonne-energie als een belangrijke energiebron zal fungeren, zal hierop ook moeten ingespeeld worden bij het elektriciteitsverbruik. ’s Nachts kan er geen elektriciteit worden opgewekt d.m.v. zonnepanelen dus is het beter dat het elektriciteitsverbruik op dat moment lager is. Het dag- en nachttarief zoals het op dit moment bestaat wordt dus minder relevant. Eventueel moet er bij een groot aandeel zonne-energie in het productiepark gedacht worden aan een scenario waarbij de elektriciteitsprijs ’s nachts duurder is omdat het aanbod dan zeer gering is. Dit kan bovendien ook beschouwd worden als een vorm van bufferen en doet denken aan het ‘Variable Time of Use’-scenario van het Linear project.

Onderstaande grafieken geven voor de verschillende sectoren een voorbeeld van de synthetische lastprofielen gedurende één volledige week in januari 2013. Er is een duidelijk verschil op te merken gedurende de dag (pieken) en de nacht (dalen). Ook het verbruik tijdens het weekend is duidelijk anders (twee laatste pieken).

Deze week (van maandag 14/01/2013 t.e.m. zondag 20/01/2013) zal ook als referentie gebruikt worden in het verdere verloop van deze conceptuele oefening. Deze week valt in het midden van de winter en niet in een vakantieperiode waardoor ze een goede inschatting is van het maximale elektriciteitsverbruik.

Voorbeelden SLP's voor verschillende sectoren (van maandag 14/01/2013 t.e.m. zondag 20/01/2013)

Voorbeelden SLP’s voor verschillende sectoren (van maandag 14/01/2013 t.e.m. zondag 20/01/2013)

In bovenstaande grafieken wordt voor elk kwartier een cijfer weergegeven dat representatief is voor de fractie van het totale elektriciteitsverbruik van de verschillende sectoren op jaarbasis.

Nu het jaarlijkse elektriciteitsverbruik gekend is voor het studiegebied en het verbruiksprofiel voor de verschillende sectoren kan een verbruiksprofiel voor het studiegebied per sector opgesteld worden (zie onderstaande grafiek).

Verbruiksprofiel per sector in het studiegebied (Aantal kW (elektrisch vermogen) dat verbruikt wordt per sector op een bepaald moment)

Verbruiksprofiel per sector in het studiegebied (Aantal kW (elektrisch vermogen) dat verbruikt wordt per sector op een bepaald moment)

Merk op dat in onderstaande grafiek de landbouwsector niet zichtbaar is omdat het aandeel hiervan te klein is ten opzichte van de andere sectoren. Bovendien is dit verbruiksprofiel negatief doordat de landbouwsector meer elektriciteit produceert dan dat ze verbruikt. Het valt ook op dat de grote aanwezigheid van de industrie in de regio weerspiegeld wordt in het verbruiksprofiel van het studiegebied.

Terug                    Verder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Translate »