Wettelijk kader

Het idee erachter bestaat echter al veel langer. In 2002 werd een koninklijk besluit uitgewerkt (art. 312, K.B. 19 december 2002) waarin het volgende staat:

“§ 5. Op voorstel van de netbeheerder en na advies van de commissie en in overleg met de Minister van Economische Zaken, bepaalt de minister het afschakelplan voorzien in § 4, 1°. De maatregelen vastgesteld in het kader van het afschakelplan mogen omvatten :
1° de verplichting voor de netbeheerder :
a) de afnames geheel of gedeeltelijk te onderbreken; een prioritaire lijst wordt opgesteld in het plan;
b) de verbindingen met buitenlandse netten te onderbreken;
c) de verbindingen met andere netten in de regelzone te onderbreken;
2° de verplichting voor de verbruikers of bepaalde categorieën van verbruikers, in gehele land of bepaalde delen ervan, de elektriciteit die zij afnemen van het net te verminderen binnen de vooropgestelde limieten;
3° het verbod elektriciteit te gebruiken voor bepaalde doeleinden.”

Het is dus aan de netbeheerder, Elia in dit geval, om een soort van reddingsplan of afschakelplan op te maken.

Later werd dit verder uitgewerkt in een ministerieel besluit (M.B. 3 juni 2005). Hierin staat dat het afschakelplan twee delen omvat:

“§1.2.1 De procedure ter bescherming van het elektrisch systeem tegen plotse fenomenen die de integriteit van het elektrisch systeem plotseling ondermijnen”
“§1.2.2 De procedure ter bescherming van het elektrisch systeem bij een aangekondigde schaarste aan elektriciteit voor een aanzienlijke, min of meer voorspelbare tijdsduur”

Onder plotse fenomenen valt de stroompanne uit 2006 waarbij de netbeheerder niet op voorhand kon weten dat zich een overbelasting van het net zou voordoen. De burgemeesters en de bevolking konden in dit geval dus ook niet vooraf ingelicht worden dat er zich een stroompanne zou voordoen.

Terug                    Verder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Translate »