Link met het afschakelplan

Afschakelen op verschillende schaalniveaus

Op deze website komen in principe twee verschillende soorten afschakelplannen aan bod. Het eerste is het afschakelplan zoals gepresenteerd werd in de media en hier beschreven werd. Het tweede is het afschakelen van toestellen of het uitstellen van het gebruik van energieverslindende toestellen. In het eerste geval gebeurt de afschakeling op het hoogste schaalniveau (hoogspanningscabine) en in het laatste geval wordt afgeschakeld op het laagste schaalniveau (toestel).

Onderstaande figuur laat zien dat er zich nog enkele schaalniveaus tussen het toestel en de hoogspanningscabine bevinden. Vanuit de redenering van het afschakelplan dat nu grote regio’s afschakelt door middel van het relais in de hoogspanningscabine uit te schakelen, zou het in principe ook mogelijk moeten zijn dat een verdeelstation, transformator of een individueel huis afgeschakeld wordt. Hier blijkt opnieuw de communicatielink van belang.

Structuur elektriciteitsnet op verschillende schaalniveaus

Structuur elektriciteitsnet op verschillende schaalniveaus

Op dit moment zou het uitschakelen van één van deze drie schaalniveaus manueel moeten gebeuren in het verdeelstation, de transformator of de meterkast zelf. Door de omvang en de verspreide verstedelijking van Vlaanderen zou het enorm veel werk zijn om dit te realiseren op één bepaald moment en blijkt het afschakelen vanuit de hoogspanningscabine de meest haalbare oplossing om het Europees elektriciteitsnet niet te doen instorten. De impact van het afschakelplan op het land zou dan wel enorm zijn, maar nog niet zo erg als een onverwachte Europese black-out zoals in 2006 het geval was.

Maar stel nu dat deze communicatielink wel aanwezig is. In het geval van een stroomtekort zouden dan individuele huizen kunnen afgeschakeld worden door de netbeheerder om zo het elektriciteitsverbruik te doen dalen om het net in stand te houden. Op deze manier zouden bepaalde regio’s zoals de Gentse haven of het treinnet buiten schot kunnen blijven en zou de economische en maatschappelijke impact op het land gering blijven. Afschakelen op een lager schaalniveau kan leiden tot een veel gerichtere oplossing, waarbij de impact beperkt blijft in vergelijking met het afschakelplan zoals het nu gepresenteerd wordt.

Impact

Impact is een belangrijk gegeven in deze problematiek. De onzekerheid over de stroomvoorziening deed in het najaar van 2014 al veel stof opwaaien.

Door gerichter af te schakelen zou de impact beperkt kunnen blijven. Maar er zal nog steeds een impact zijn en verbruikers zullen zonder stroom vallen. De vraag die dan kan gesteld worden is de volgende: wie wordt er afgeschakeld? Het is evident dat niemand wil dat het licht bij hem of haar uitgaat en dat iedereen elektriciteit wil gebruiken op eender welk moment. Het antwoord op deze vraag is dus niet eenvoudig en er zou dan een soort van classificatie moeten gemaakt worden waarbij bepaalde gebruikers mogelijks wel afgeschakeld kunnen worden en andere niet. Het classificeren van de verbruikers zal op basis van de economische en maatschappelijke impact bij afschakeling moeten gebeuren. Het afschakelen van een gewoon huis zal weinig tot geen impact hebben terwijl het afschakelen van een grootwarenhuis wel een grote impact zal hebben. In het volgende deel zal de impact van het afschakelplan op een bepaalde regio onderzocht worden. Hierbij zullen prioritaire zones bepaald worden waarvoor de stroombevoorrading van grote noodzaak is.

Autonomie

Niemand valt graag zonder stroom, maar zolang de stroombevoorrading onzeker blijft, is de kans op afschakeling reëel. De problemen met de kerncentrales zijn nog steeds niet van de baan en alternatieven zijn de dag van vandaag nog niet voldoende voorhanden.

Hier kan dus ook een andere vraag gesteld worden:

Kan ik, als een modaal gezin, mijn eigen stroom produceren en er dus zelf voor zorgen dat het licht bij mij blijft branden en bij mijn buurman, die geen stroom produceert, niet?

Zelf elektriciteit produceren is perfect mogelijk door middel van zonnepanelen, maar op dit moment wordt deze elektriciteit eerst op het elektriciteitsnet gezet en komt het in de energiemix terecht samen met de andere energievormen. Het antwoord op voorgaande vraag zal dus simpelweg negatief zijn, maar het zet wel aan tot nadenken.

Het is misschien wel mogelijk om met een groep verbruikers te investeren in een windmolen of in zonnepanelen om zo met deze groep verbruikers te voorzien in de eigen energieproductie. Op deze manier zou deze groep verbruikers autonoom kunnen worden en onafhankelijk zijn van grote elektriciteitsproducenten. Een eerste probleem hierbij is dat deze energiebronnen sterk afhangen van weersomstandigheden. Als er geen wind of zon is, dan is er geen stroom. Het is ook niet haalbaar om lokaal te investeren in een gascentrale en dit zou bovendien weinig tegemoetkomen aan het duurzaamheidsobjectief.

De oplossing voor dit probleem ligt in het bufferen van elektriciteit. Twee manieren worden hier gepresenteerd die het bufferen van elektriciteit mogelijk maken: smart grids en energieopslag. De combinatie van duurzame, decentrale energiebronnen en het bufferen van elektriciteit zijn in principe de sleutel voor een meer autonoom energiesysteem. In de vakliteratuur wordt dit ook met de term ‘microgrid’ omschreven.

Terug                    Verder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Translate »