Vlaamse context

Op voorgaande pagina werd theoretisch beschreven hoe de afstemming tussen de productie en consumptie van elektriciteit op lokaal niveau kan gebeuren. In de context van Vlaanderen en het afschakelplan kunnen microgrids het elektriciteitsnet robuuster maken doordat, bij een stroomtekort of een stroompanne op het groter elektriciteitsnet, een lokaal net kan gecreëerd worden dat wel kan blijven functioneren.

Om dit effectief in praktijk te brengen in een regio als Vlaanderen moeten ingrijpende maatregelen genomen worden. In de volgende sectie zal door middel van een conceptuele oefening onderzocht worden wat dit verhaal kan betekenen in de Vlaamse context.

Decentrale productie

Een eerste uitdaging zal het inplanten zijn van de decentrale energiebronnen. In de vorige sectie werden de energiebronnen wind– en zonne-energie besproken. Hieruit bleek dat zonnepanelen relatief eenvoudig ingeplant kunnen worden in het landschap, voornamelijk op de daken van bestaande huizen. Bovendien zijn zonnepanelen in België al voor een groot deel aanwezig in België en kunnen ze op zonnige dagen ongeveer evenveel elektriciteit produceren als twee grote kernreactoren. Voor windenergie is het niet zo eenvoudig om zomaar overal windmolens te plaatsen en tegenstand van de lokale bevolking is een veel voorkomend fenomeen, ook wel het NIMBY-effect genoemd. In de volgende sectie zal voor een bepaalde regio in Vlaanderen onderzocht worden hoeveel elektriciteit er in die regio kan geproduceerd worden op basis van wind- en zonne-energie. Dit zal vergeleken worden met de hoeveelheid elektriciteit die verbruikt wordt.

Bufferen

Een ander belangrijk probleem bij deze energiebronnen is de weersafhankelijkheid. ’s Nachts kan er geen zonne-energie geproduceerd worden en op bewolkte dagen zal er veel minder geproduceerd worden dan op zonnige dagen. De hoeveelheid geproduceerde windenergie hangt dan weer af van de windsterkte op een bepaald moment. De weersafhankelijkheid van deze decentrale energiebronnen leidt tot een tweede uitdaging, namelijk op elk moment een evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit garanderen. Dit evenwicht kan bereikt worden door het bufferen van elektriciteit en zoals hier beschreven wordt kan dit op twee manieren: smart grids en elektriciteit opslaan.

Smart grids

Wanneer smart grids vertaald worden naar een regio als Vlaanderen kan gesteld worden dat dit eerder een technische uitdaging is. Het bufferen van de elektriciteit gebeurt hier door het elektriciteitsverbruik te verschuiven in de tijd. Toestellen die hiervoor uitermate geschikt zijn, zijn wasmachines, vaatwassers en droogkasten. Deze toestellen verbruiken veel elektriciteit en kunnen zonder veel last bij de gebruikers op een ander tijdstip hun taak vervullen. In de vorige sectie werd de test case ‘Automated Demand-Side Management’ van het Linear project besproken en hieruit bleek dat met minimale interactie van de gebruiker al significante resultaten konden geboekt worden. Het merendeel van de Vlaamse gezinnen is in het bezit van één of meerdere van dit soort toestellen waaruit blijkt dat er alleszins potentie is om een smart grid uit te bouwen. Om een smart grid te realiseren is het belangrijk dat er een communicatielink aanwezig is, een zogenaamde ‘smart meter’. Op zich is dit eerder een technische aanpassing die moet gemaakt worden en hier zal dan ook niet dieper op ingegaan worden. In de volgende sectie, de conceptuele oefening, zal deze vorm van bufferen wel opnieuw aangehaald worden om het elektriciteitsverbruik af te stemmen op de productie.

Opslag van elektriciteit

Het opslaan van elektriciteit is een tweede methode om elektriciteit te bufferen en hier worden enkele vormen van energieopslag beschreven. De meest gebruikte methode om grote hoeveelheden elektriciteit op te slaan, een waterkrachtcentrale, is door de topografische kenmerken van Vlaanderen niet eenvoudig toepasbaar in deze regio. Aangezien dit ook geen decentrale buffer is zal dit niet verder besproken worden.

“Verkoop elektrische wagens verdubbeld”
De Tijd, 27-12-2014

Een ontwikkeling die wel potentieel heeft voor het realiseren van een microgrid is de elektrische wagen. In 2014 waren er meer dan 3,3 miljoen personenwagens ingeschreven in Vlaanderen. Het aandeel elektrische wagens is echter zeer klein (minder dan 0,1%) en ook de nodige infrastructuur, zoals oplaadpunten, is nauwelijks aanwezig. De elektrische wagen is wel aan een opmars bezig, maar indien ze echt als buffer kunnen gebruikt worden voor het elektriciteitsnet zal er een grote omschakeling van het wagenpark noodzakelijk zijn.

Naast waterkracht en elektrische wagens werd in de vorige sectie ook de Tesla Powerwall besproken onder de noemer elektriciteitsbuffer. Deze batterij is relatief compact en kan in principe in elke woning geïnstalleerd worden en aan het elektriciteitsnet gekoppeld worden.

Organisatie

Naast deze drie essentiële bouwstenen van een microgrid moet het belang van een goede organisatie benadrukt worden en zal in een microgrid een lokale energiemarkt ontstaan. Onderstaand figuur geeft een overzicht van de structuur van de elektriciteitsmarkt in Vlaanderen. Aan de ene kant staan de elektriciteitsproducenten die meestal ook optreden als leverancier van elektriciteit. De leveranciers kopen en verkopen onderling elektriciteit om te voldoen aan de vraag van hun verbruikers.

Structuur elektriciteitsmarkt in Vlaanderen

Structuur elektriciteitsmarkt in Vlaanderen

De elektriciteit wordt getransporteerd over het hoogspannings- en het distributienet richting de verbruikers of de klanten. Het hoogspanningsnet in België wordt beheerd door Elia die een monopoliepositie heeft. Het distributienet wordt in Vlaanderen beheerd door Eandis en Infrax afhankelijk van de geografische locatie. Tot slot zijn er nog de controleorganen of regulatoren: de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) en de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG). Deze regulatoren zijn aangesteld door de overheid: de VREG op Vlaams niveau en de CREG op federaal niveau. De regulatoren houden toezicht op de transparantie van de energiemarkt en verdedigen de belangen van de verbruikers.

Wanneer gedacht wordt aan een meer gelokaliseerde afstemming tussen de productie en consumptie van elektriciteit dan zal er ook moeten gedacht worden aan een lokale elektriciteitsmarkt. Hier zal echter niet dieper op ingegaan worden omdat deze thematiek zich voornamelijk op juridisch en economisch vlak situeert.

Terug                    Verder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Translate »